In de traditie van de Wereldtentoonstelling, waar altijd de nieuwste uitvindingen worden getoond, neemt Het Nieuwe Instituut een voorsprong op de toekomst met de speculatieve tentoonstelling Tuin van Machines. Curator Klaas Kuitenbrouwer (expert e-cultuur bij Het Nieuwe Instituut) legt uit welk toekomstverhaal hierin wordt geschetst.

Waar gaat de tentoonstelling Tuin van Machines over?

"Tuin van Machines gaat over een verandering van perspectief. Techniek heeft altijd in dienst van de mens gestaan, het effect op de rest van de ecologie was daaraan ondergeschikt. Deze tentoonstelling is een oproep om de technologie als deel van de ecologie te beschouwen. Daarom hebben we hem ‘Tuin van Machines’ genoemd; een tuin ligt tussen totale controle en ongeremde natuur in. Een tuin wordt aangelegd, maar vormt vervolgens een klein zichzelf genererend ecosysteem. In de twintigste eeuw liep het verhaal van de materiele vooruitgang parallel aan de groei van de middenklasse en het ontstaan van de welvaartstaat. Iedereen werd er beter van; niet alleen materieel, door het beschikbaar komen van allerlei producten, maar ook immaterieel, door educatie en emancipatie. In de jaren zestig en zeventig werden de eerste barsten in dit positieve toekomstbeeld zichtbaar. Er kwam aandacht voor de problemen die de materiele vooruitgang veroorzaakte, met name voor het milieu.‘Nu, aan het begin van de eenentwintigste eeuw, geloven veel mensen überhaupt niet meer in de vooruitgang. Volgens sommigen stevenen we zelfs af op een reeks enorme crises en weten we niet hoe we het schip moeten keren. Er is dus grote behoefte aan een nieuw vooruitgangsverhaal."

Waar bestaat dat nieuwe vooruitgangsverhaal uit?

"Ons alternatieve vooruitgangsverhaal vertrekt vanuit het Antropoceen, de naam waarmee het tijdperk waarin wij leven steeds vaker wordt aangeduid. In het woord Antropoceen komt tot uitdrukking dat de mens de voornaamste geologische kracht is geworden. Het snelle tempo waarin het milieu en het klimaat veranderen wordt in belangrijke mate door ons veroorzaakt. Dat legt een grote verantwoordelijkheid bij de mens, en dwingt tot nadenken over de gevolgen van de technologische vooruitgang voor het leven op aarde. In ons vooruitgangsverhaal richten we ons op de mogelijk positieve invloeden die de nieuwste technologie kan hebben op alle levende wezens: mens, dier en plant. We gaan daarbij niet langer uit van een afgebakend onderscheid tussen cultuur en natuur, maar benaderen beiden als deel van hetzelfde ecologische systeem."

Kun je een concreet voorbeeld geven van zo’n positieve ontwikkeling?

"We presenteren een aantal voorbeelden van plekken waar sprake is van een co-evolutie, waar technologie en niet menselijke levende wezens nieuwe uitwisselingen aangaan. Een van de scenario’s die we presenteren komt bijvoorbeeld voort uit de gigantische containerschepen die voortdurend over de wereld heen en weer varen. Al sinds de eerste ontdekkingsreizen worden dieren en planten door schepen over de wereld verspreid. Er bestaat vaak angst voor de schade die zogenaamde exoten opleveren. Wij willen het perspectief omkeren en kijken hoe die schepen een mogelijkheid vormen om de wereld meer als een gedeelde ecologie te benaderen, door ze bewust een rol te geven in de uitwisseling tussen verschillende systemen. Ondertussen stijgt de zeespiegel en wordt er onderzoek gedaan naar wonen op het water en drijvende steden. Wij verbinden verschillende ontwikkelingen met elkaar en stellen het containerschip voor als een drijvende habitat voor mens, plant en dier."

Dat klinkt als een moderne Ark van Noach.

"Maar deze ark hoeft niet autonoom te overleven. Het gaat hier over een onverwachte, vreemde verzameling wezens van over de hele wereld die samen een nieuwe ecologie vormen. We richten ons op twee belangrijke ontwikkelingen in de technologie. Door gebruik van zonne- en windenergie, kunnen machines steeds beter in hun eigen energie voorzien, een vermogen dat levende organismen van nature hebben. Ook nieuwe software zorgt ervoor dat techniek meer autonoom kan functioneren. Daarnaast begint het internet de wereld steeds verder te doordringen via allerlei mogelijke sensoren, weerstations, seismische metingen, gps, etc. De uitwisseling van informatie, materie en energie die in de organische ecologie altijd al vanzelfsprekend was, lijkt daarmee ook mogelijk te worden voor machines. Als planten en dieren vervolgens ook gebruik kunnen maken van informatietechnologie, hoe gaat de uitwisseling tussen organische en de technische wezens dan verder? Die ontwikkeling zal in eerste instantie door mensen vormgegeven worden, maar het is niet ondenkbaar dat dit proces vervolgens zijn eigen leven gaat leiden."

Is er een moment denkbaar waarop het verschil tussen natuur en techniek nagenoeg verdwenen is. Dat we te maken krijgen met een totaal nieuw wereldbeeld?

"We beweren niet dat er geen onderscheid bestaat tussen het organische en het technische. We willen laten zien dat je techniek kunt zien als een vermogen waarmee de natuur wordt uitgebreid. Dat technologische ontwikkelingen zodanig kunnen worden ingezet dat er een nieuwe ecologische samenhang ontstaat. Dat techniek niet per definitie een gevaar is voor de natuur, maar ook kansen biedt voor mensen, dieren én planten."

Tuin van Machines
Klaas Kuitenbrouwer
Sascha Pohflepp, Arjen Mulder, Arne Hendriks
Wikke van Houwelingen, Roel Huisman
Rudy Guedj
Florentijn Boddendijk en Remco de Jong
Sedumworld BV, Dykstra Naval Architects, Nationaal Medisch Museum, VU Medisch Centrum, Natuurhistorisch Museum Rotterdam, Mediamatic, Florastore BV, Carolien Slottje, TU Delft, Vogelbescherming Nederland

Dit project maakt deel uit van de programmalijn Jaarthema's en het dossier Wereldtentoonstellingen.

Het Nieuwe Instituut belicht het fenomeen van de Wereldtentoonstelling vanuit verschillende invalshoeken. In de tentoonstelling Tuin van Machines wordt gespeculeerd over een nieuw ecosysteem waarin natuurlijke en kunstmatige wezens samenleven.